Saartje bewoners vollersgracht 10
De bewoners van Vollersgracht 10

Voor de nummers 10, 10a en 10b geldt dat er heel veel, vaak kleine gezinnen in wonen die elkaar snel afwisselen. De huizen hebben maar een voordeur. Niettemin worden ze vaak dubbel bewoond.
De eerste bewoners van Vollersgracht 10 verschijnen op 10 juli 1890. Het zijn Jilles de la Rie, metselaar, 62 jaar, (geb. 03-03-1828), zijn vrouw Suzanna Noest, 60 jaar, (geb. 06-02-1830) en hun dochter Suzanna Dool, 25 jaar (geb. 14-12-1864). Niet duidelijk is wanneer ze vertrekken.
Op 1 augustus 1890 komen er nieuwe bewoners. Mogelijk trekken die in bij het gezin van De la Rie. Het zijn Gerardus Petrus de Klerk, 26 jaar (geb. 04-01-1864) en Geertruida Overdijk, 19 jaar, (geb. 05-08-1871).
Per 1 augustus staat nog een ander gezin vermeld: Petrus Johannes Freeken, van beroep koekbakker, 21 jaar, (geb. 20-08-1869) en zijn vrouw Maria Cornelia Pina, 19 jaar, (geb. 28-09-1870). Vanaf 15-12-1890 woont ook Sara Oostveen, 72 jaar, (geb. 26-07-18) op dit adres.
De Klerk en zijn vrouw vertrekken half januari. Freeken en zijn vrouw en Sara Oostveen verhuizen aan het eind van de maand.
Op 31 januari 1891 zijn er nieuwe bewoners: Jan Selier, broodbakker, 57 jaar (geb. 27-06-1833), zijn vrouw Catharina Noest, 59 jaar, (geb. 11-09-1831) en hun twee kinderen:
Jansje, 25 jaar, (geb. 31-01-1866)
Johannes Jacobus, 23 jaar, (geb. 26-01-1868).
Jacobus Selier, een familielid, 60 jaar, (geb. 14-10-1830), woont bij hen in.
Ze blijven maar enkele maanden. Per 25 juni 1991 staan ze ingeschreven op Vollersgracht 10d, maar op 28-02-1891 zijn er al nieuwe bewoners op Vollersgracht 10. Het lijkt erop dat deze gezinnen een poosje samen op nummer 10 hebben gewoond. Het tweede gezin is van:
Dirk Nicolaas Gerard Habermehl, 30 jaar (geb. 03-01-1861), agent van politie. Zijn vrouw heet Adriaantje van der Tang, 28 jaar, (geb. 07-03-1860). Ze hebben een dochter van 6: Alida Peternella (geb. 13-03-1884).
Op 17 juli 1891 wordt hun tweede kind geboren: Johanna Wilhelmina Frederica, net nadat De familie Selier vertrokken is.
Op 7 oktober 1891 krijgt de familie Habermehl inwoning van Maurits Elkerbout en zijn gezin. Elkerbout, (geb. 08-09-1860 is kleermaker. Zijn vrouw heet Alida le Maitre, 32 jaar (geb. 22-08-1858). Ze hebben twee kinderen:
Antonia Hendrika, 4 jaar, (geb. 06-02-1887)
Maurits, 2 jaar (geb. 13-03-1889)
Het gezin Elkerbout vertrekt op 21 december 1891.
Op 25 januari 1892 zijn er nieuwe bewoners: Hendrik Goebertus, winkelbediende, 29 jaar, (geb. 13-09-1862), zijn vrouw Hermina Ebing, 29 jaar, (geb. 10-01-1863 te Nijkerk) en twee dochters:
Catharina, 1,5 jaar, (geb. 03-06-1890)
Trijntje, 4 maanden (geb. 04-08-1891).
Op 24 februari 1892 trekt Trijntje Ebing, dienstbode, 16 jaar, (geb. 25-07-1875) bij hun in.
Zij is het jongste zusje van Hermina. Ze komt hier wonen omdat haar moeder overleed in 1891. Haar vader was al overleden in 1880. Het gezin van Goebertus vertrekt op 15 oktober 1892.
In de gegevens van het bevolkingsregister zit een hiaat van ongeveer tien jaar. Uit een andere pagina van het register blijkt dat het huis in 1893 werd bewoond door Gerrit Overdijk en Maria Rijgersbergen.
Uit de adresboeken komen de volgende namen:
1894: I.N. de Rooy en L.J.A. Martijn.
Ludovicus Jacobus Antonius Martijn, smid, (geb. 01-02-1865) komt van Vollersgracht 10a, met zijn vrouw Maria Elisabeth Ouwerkerk, (geb. 07-06-1866) en zoon Jacobus Ludovicus (geb. 16-05-1895). Ze blijven tot 7 april 1896.
Na L.J.A. Martijn komt ook nog het gezin van Jacobus Johannes Jansen, gasfitter, (geb. 22-05-1868) en zijn vrouw Johanna Catharina Marks (geb. 25-11-1868). Ze hebben drie kinderen:
Jacoba (geb. 02-05-1892)
Gerrit (geb. 22-12-1893 )
Pieter Philippus (geb. 05-01-1896)
Ze blijven tot 7 juli 1896.
In de adresboeken staan verder: 1895/1896: J.C. Roelandse
1897/1898: A.M. Brandt en C.W. de Graaf
1899: L.H. Meurs en J Wolf
1900: Weduwe C. Hoogerduyn
1903/1904: H. van der Walle en G.A. Jasperse
Gerard Anthonius Jasperse staat ook vermeld in het bevolkingsregister. Hij woont daar vanaf 14 juni 1902. Hij is blikslager, 25 jaar (geb. 01-08-1877), zijn vrouw heet Jannetje van der Velden, 25 jaar (geb. 26-02-1877) en ze hebben een dochter van 10 maanden: Maria Alida Fredrika (geb. 27-08-1901). Op 14-08-1902 wordt hun tweede kind geboren: Pieter. Het gezin woont 1,5 jaar op dit adres. Ze vertrekken op 27 januari 1904.
Op 27 juli 1904 zijn er nieuwe bewoners: Lodewijk Martijn, gasfitter, 21 jaar (geb. 24-07-1883) en zijn vrouw Catharina Devilee, 22 jaar (geb. 11-09-1881). Op 26 oktober 1904 wordt hun dochter Sophia geboren.
Per 16 augustus 1904 staat een tweede gezin op dit adres ingeschreven. Het gezin van Martijn woont er dan nog. Ze vertrekken op 20 december 1904. Het nieuwe gezin is van Pieter Jacobus van Reijzen, winkelbediende, 29 jaar (geb. 20-10-1874), zijn vrouw Johanna Christina Baart, 26 jaar (geb. 24-07-1878) en hun twee kinderen:
Isaac, 7 jaar, (geb. 28-10-1896)
Christina, 2 jaar (geb. 05-04-1902).
Op 27 december 1904 zijn er alweer nieuwe bewoners. Zeker is dat het gezin Van Reijzen rond die tijd vertrekt. Per 16 januari 1905 zijn ze uitgeschreven.
De nieuwe bewoners zijn: Pieter van der Klaauw, bleeker, 29 jaar (geb. 31-07-1874), zijn vrouw Bertha Maria van der Klaauw, 27 jaar, (geb. 12-11-1876) en hun twee kinderen:
Petrus Johannes, 5 jaar, (geb. 07-02-1899)
Henriette Sophia, 3 jaar, (geb. 24-08-1901).
Het gezin van Pieter van der Klauw blijft maar drie maanden.
Op 1 maart 1905 zijn er nieuwe bewoners: Pieter Kooiman, arbeider, 29 jaar (geb. 11-04-1875) en zijn vrouw Maria van Grieken, 35 jaar (geb. 03-02-1870).
Een maand later, op 8 april trekt er een tweede gezin bij hun in: Louis Abelman, rijksveldwachter, 35 jaar, (geb. 01-02-1870), zijn vrouw Henrietta Margaretha Harteveld, 31 jaar (geb. 28-11-1873) en hun twee kinderen: Leonora Hermina, 7 jaar (geb. 20-11-1897)
Maria 29-06-1904.
Kooiman en zijn vrouw vertrekken op 4 augustus 1905 naar Vollersgracht 4a. Het is niet duidelijk hoelang het gezin van Abelman blijft.
Op 31 mei 1905 zijn er weer nieuwe bewoners: Johannes de Jonge, schippersknecht, 26 jaar (geb. 10-10-1878) en zijn vrouw Lena Johanna Hofkes, 23 jaar (geb. 30-04-1882). Ze blijven tot 17 april 1906.
Op 30 mei 1906 komen Johannes Philippus Janssen, scheepssjouwer, 22 jaar (geb. 24-03-1884) en zijn vrouw Maria Wetselaar, 21 jaar (geb. 24-27-1885). Ze trouwen diezelfde dag.
Vrijwel gelijktijdig komt Hendrik Stouten, smid, 28 jaar, (geb. 20-06-1877) bij hen inwonen. Een maand later komt zijn vrouw: Maria Cornelia Franciska Ramak, 29 jaar (geb. 02-03-1879).
Op 26 juli 1906 krijgen Janssen en zijn vrouw hun eerste kind: Johannes Philippus jr.
Op 17 september 1906 verhuizen Stouten en zijn vrouw.
Op 21 oktober 1906 zijn er weer nieuwe bewoners: Johannes Bernardus Sliggers, spoorwegbeamte, 25 jaar (geb. 24-03-1881) en zijn vrouw Sara Suzanna Vermond, 22 jaar, (geb. 21-05-1884). Ze trouwen een paar dagen later: op 24 oktober 1906. Op 17 maart 1907 krijgen ze hun eerste kind: Jansje Maria.
Het gezin van Johannes Philippus Janssen vertrekt op 26 februari 1907.
In het bevolkingsregister zitten een paar hiaten. Zeker is dat het gezin Sliggers tot hier tot 1908 blijft wonen, en waarschijnlijk tot 1911.
In deze periode wonen hier ook Jacobus van der Hoeven, kledermaker, (geb. 21-01-1887) en zijn vrouw Martina Maria Huber (geb. 17-07-1887). Ze vertrekken op 15 augustus 1907 naar Vollersgracht 10b.
Er ontbreken vervolgens gegevens in het bevolkingsregister. In het adresboek staan de namen Batteljee en Riethoven. Uit andere gegevens valt nog het volgende af te leiden: Op 7 juli 1909 komt Johanna Batteljee, werkvrouw, 23 jaar, (geb. 16-12-1885) op dit adres wonen. Waarschijnlijk woont ze in bij het gezin Sliggers en ook nog bij de mensen die daarna komen.
Op 18 januari 1911 komt het gezin van Willem Izaak Riethoven, postbode, 27 jaar (geb. 08-02-1883). Zijn vrouw is Maria Catharina Uljee, 23 jaar, (geb. 11-06-1887). Ze hebben drie kinderen:
Maria Jacoba, 3 jaar, (geb. 05-02-1907).
Jansje Koosje, 2 jaar, (geb. 02-02-1908).
Koosje Hendrika, 11 maanden (geb. 12-02-1910).
Johannes Uljee, de vader van Maria Catharina, 61 jaar, (geb. 25-10-1849) woont bij hun in.
Vanaf 20 december 1911 woont in het huis Wilhelm Keijser, pakhuisknecht, 20 jaar, (geb. 17-05-1891) en zijn vrouw Elisabeth Visser, 19 jaar (geb. 22-06-1892). Ze krijgen op 30 mei 1912 een dochter: Wilhelmina.
Vanaf 13 maart 1912 woont op dit adres ook Johanna Tiemeijer, 24 jaar (geb. 28-09-1887) met haar zoon Jacobus Jacob Glasbergen, 4 jaar, (geb. 23-12-1907).
Op 7 januari 1913 komt daar een jong stel bij: Gouke Laurier, katoendrukker, 23 jaar, (geb. 31-01-1889) en Jansje Tegelaar, 21 jaar (geb. 10-06-1891). Ze trouwen op 7 mei van dat jaar.
Op 25 mei vertrekt Johanna Tiemeijer met haar zoon naar Rotterdam.
Op 9 juli 1913 vertrekt het gezin van Wilhelm Keijzer naar Vollersgracht 5a.
Op 23 juli 1913 komen er nieuwe bewoners: Isaac Mioch, blikslager, 22 jaar (geb. 19-03-1891), zijn vrouw Catharina Pauw, 24 jaar (geb. 07-04-1889) en hun zoontje Pieter van 3 maanden (geb. 20-04-1913).
Het echtpaar Laurier vertrekt op 30 maart 1914.
Op 22 april 1914 zijn er nieuwe bewoners: Petrus Kop, vormer van beroep, 21 jaar, (geb. 10-05-1892), zijn vrouw Alida Maria van Deventer, 23 jaar (geb. 24-08-1890) en hun dochter Neeltje Alida, 1 jaar (geb. 16-12-1912). Ze krijgen op 8 juni 1914 een tweede kind: Petrus.
Het is niet bekend hoelang de gezinnen van Mioch en Kop daar blijven wonen.
Op 31 augustus 1914 komt Piet Rosse, melkslijter, 19 jaar (geb. 19-02-1894) met zijn vrouw Johanna Elisabeth Rebecca van Heuzen, 20 jaar (geb. 08-01-1894). Op 10 december 1914 wordt hun zoon Johannes geboren.
Op 16 september 1914 komt het gezin van Salomon Schelvis, loopknecht, 23 jaar, (geb. 04-07-1891). Zijn vrouw heet Saartje van den Berg, 19 jaar (geb. 11-04-1895). Ze krijgen twee kinderen:
Benedictus (geb. 17-11-1914)
Elisabeth (geb. 27-11-1916)
Vanaf 16 september 1914 komt de familie Nieuwenburg. De gezinnen van Rosse en Schelvis wonen er dan nog. De familie Nieuwenburg blijft daar tot zeker 1926. De vader heet Johannes, los werkman, 22 jaar (geb. 21-02-1892). Zijn vrouw heet Suzanna Giezen, 24 jaar (geb. 17-08-1890).
Het gezin Rosse vertrekt op 14 maart 1915.
Bij Nieuwenburg krijgen op 31 december 1915 een dochter: Maria.
Op 30 juli 1915 komen er nieuwe inwoners: Johannes Windt, 68 jaar (geb. 25-07-1846) en zijn vrouw Johanna Maria Dorlijn, 53 jaar (geb. 25-03-1862). Ze vertrekken alweer op 5 augustus van dat jaar.
Het gezin van Mozes Schelvis vertrekt op 5 april 1918.
Op 11 april 1918 zijn er nieuwe inwoners: Hendrik van den Berg, garenwasser, 21 jaar (geb. 04-01-1897) en zijn vrouw Antje Blansjaar, 22 jaar, (geb. 18-12-1895).
Rond die tijd (5 april) vertrekt het gezin van Salomon Schelvis. Bij Van den Berg wordt op 6 september 1918 een zoon geboren: Wijnandus.
Het gezin Van den Berg vertrekt op 21 oktober 1921. Ze worden direct opgevolgd door de weduwe Maria Mieremet-Van der Blom, 28 jaar (geb. 03-01-1893). Ze heeft twee kinderen:
Neeltje Adriana, 6 jaar (geb. 20-02-1915)
Hendrik, 1 jaar (geb. 27-03-1920)
Dit gezin vertrekt op 9 januari 1923.
Op 16 februari 1923 komen er nieuwe inwoners: Pieter Smit, wegwerker NS, 30 jaar, (geb. 08-10-1892), zijn vrouw Neeltje Langezaal, 24 jaar, (geb. 22-12-1898) en hun drie kinderen:
Neeltje, 7 jaar (geb. 29-11-1915)
Maria Hendrica, 9 jaar, (geb. 06-12-1913)
Adriana, 4 jaar (geb. 24-04-1918)
Waarschijnlijk blijft dit gezin maar kort en vertrekken ze voordat er nieuwe inwoners zijn. Die komen op 18 juni 1923. Het zijn Neeltje Touw, 51 jaar, (geb. 14-10-1872), geh. met J. Bijleveld en haar twee kinderen:
Bartholomeus van Dorp, 19 jaar (geb. 17-12-1903)
(onleesbare naam), 5 jaar (geb. 01-09-1917)
Verder gegevens uit het bevolkingsregister zijn niet beschikbaar. Zoals gezegd woont de familie Nieuwenburg er nog in 1926. Ook de gezin van Neeltje Touw staat dan nog steeds vermeld.
In de Nieuwe Leidsche Courant van 1 november 1926 staat dat G.E. Langeveld is komen wonen op Vollersgracht 10. Verder staan er de volgende namen in de adresboeken:
1929/30 A.G.P. van Aggelen.
1931/32 Mej. J. Geenjaar.
1934/35 J. van Poelgeest.
1937/38 P.J. Edelaar.
Vanaf 1940: H. Distelvelt.
Van de familie Distelvelt is bekend dat ze vier kinderen hebben: Henk, Cor, Bart en Maja. Vader en moeder Distelvelt scheiden ± 1961/62. Cor is dan al het huis uit. De moeder (meisjesnaam Veldhuizen) blijft daar wonen met in ieder geval twee van de andere kinderen. Rond 1970 verhuizen zij en Maja naar elders in Leiden.

In de Nieuwe Leidsche Courant van 24 juli 1948 staat een bericht over een meisje dat op Vollergracht 10 woont:

Brugwachter redde kind.
Gistermiddag tegen twee uur mocht het de brugwachter J. Harland gelukken het twee-jarig meisje Elisabeth Flippo, wonende Voldersgracht 10, dat in het vaarwater van de Oude Vest was geraakt, te redden. Harland sprong gekleed te water en slaagde er spoedig in het kind ongedeerd op het droge te brengen.’

In de Nieuwe Leidsche Courant van maandag 23 januari 1967 staat een familiebericht. Geboren op 21-01-1967: Cornelis (Keesje) Schouten, zoon van A. Schouten en J. Schouten-Varkevisser.
Het pand Vollersgracht 10 wordt in april 1967 in de veiling verkocht. Het huis wordt aangeboden in verhuurde staat.
In 1981 maak ik kennis met André Verschuren. In die dagen studeert hij antropologie. Hij woont alleen in dat pand, maar hij is bezig om het te verbouwen zodat hij gedeelten kan verhuren. Hij is daar als student komen wonen en hij vertelt me dat hij het huis eerst bewoond heeft met twee andere studenten. Wil van Haarlem en Ineke Buskens. Zij zijn er ± 1976 komen wonen.
André wil al snel van zijn huurders af. Korte tijd later komt zijn vriendin Saskia Vermeer bij hem inwonen.
André en Saskia trouwen en ze krijgen twee kinderen: Rianne en Stein.
Het gezin van André vertrekt in de zomer van 1992 naar de Uiterstegracht.
Het huis wordt gekocht door een jong ambitieus stel: Alexander G. van Opstal en M.A.J.A. Verraes. Ze zorgen voor een grondige renovatie van het pand. Na goed een jaar verkopen ze het huis aan Spaargaren en Borghouts. Deze mensen hebben geen kinderen. Zij verkopen het huis eind december 2001 aan Hermen Overkleeft. In september 2005 komt Caroline de Bruin bij hem inwonen. Op 20 maart 2008 wordt hun zoon Han geboren.